Feestje

    0

    Er zijn van die feestjes waarvan je denkt: wat doe ik hier? Eenzaam sta je een beetje apart en heel je wezen wil weg. Er zijn ook van die feestjes waar je nog langer had willen blijven hangen, je had nóg meer mensen willen spreken, was nog lang niet uitgepraat. Gisteren was zo’n feestje…

    Het Kantinegesprek van Het Ontwerpinstituut in Apeldoorn is eigenlijk geen feestje, meer een bijeenkomst, een treffen van vakgenoten. Bijeenzitten aan lange tafels onder het genot van een goed glas wijn, presentaties van collega’s die altijd te lang duren omdat ze gewoon zo enthousiast zijn, slap ouwenelen met studiegenoten… Het gaat nergens over en het gaat overal over. Luchtigheid wisselt zich af met zware kost. Mens raakt materie.

    Als vast nummer op de avond is er Ruud Vermeer met De Plant. Natuurlijk kent u Ruud van zijn foto’s in Tuin & Landschap, maar dan kent u de echte Ruud Vermeer nog niet: De verteller. Gisteren was het weer zo ver. Als een ontdekkingreiziger uit het einde van de 19e eeuw kwam hij op met een ‘Meneer Vermeer, I presume?’ uitdrukking. Het verhaal van de Camassia quamash.

    Nu ken ik die plant wel uit mijn Boskoopse schooltijd. Gewoon rijtjes leren. Lijstje bomen, lijstje struiken, vaste planten en ook nog ergens in het voorjaar de bolgewassen. De naam was wel curieus, maar verder sloeg je er geen acht op. Kwestie van in je kop stampen, herkennen, naam opdreunen en klaar. Volgende plant.

    Ik zal nooit, mijn hele leven lang ooit nog vergeten het verhaal van de Camassia quamash en de Indianenprinses en hoe de kolonisten met haar op reis gingen en overleefden door het eten van, jawel, de Camassia quamash. Ondertussen haalde Ruud, onverstoorbaar als een fietsenmaker in zijn werkplaats, een gasstelletje te voorschijn, zette water op en rustig verhalend over de schoonheid van dit bijzonder plantenras zette hij zijn potje op tot de bolletjes begonnen te pruttelen.

    De meest intieme ervaring bestond er dan ook uit om met het van stomheid geslagen publiek, het bolgewas te proeven. Letterlijk door de mond te laten gaan, over de tong, langs het gehemelte. Als een bijzondere wijn de bol te beoordelen, hoe melig en bitter die ook was. Een dimensie van tuinbeleving die veel verder gaat dan alle mooie plaatjes.

    De moodboards mag u voortaan houden, de 3D-tekeningen kunnen zó de prullenbak in, zelfs het schetsje op de achterkant van de sigarendoos verhult waar het in dit vak écht om draait: het zintuiglijk maken van het ding dat wij ‘natuur’ noemen. Wat mij betreft is dat het feestje dat we elke dag met onze klanten vieren. De rest is bijzaak, secundair, periferie.

    Op sommige feestjes was je nog wat langer blijven hangen. Gisteren was zo’n feestje..