Vakblad voor de Bloemisterij Het vak Lichtintegratie bij phalaenopsis bespaart energie en CO2

    Lichtintegratie bij phalaenopsis bespaart energie en CO2

    0

    Lichtintegratie bij phalaenopsis maakt het mogelijk om effectiever om te gaan met energie en CO2. Dat blijkt uit onderzoek van Plant Lighting, gefinancierd door Kas als Energiebron en de gewascoöperatie potorchidee. Phalaenopsis is een CAM-plant dus verloopt de fotosynthese anders dan bij andere planten.

    Een effectieve benutting van licht en CO2 vraagt begrip van de fysiologie van phalaenopsis. Hierbij is het handig om te redeneren vanuit de vier fases die de CAM-plant doormaakt per etmaal.

    Vier CAM-fases
    In fase 1 (nacht) neemt het blad CO2 op dat wordt opgeslagen in de vorm van malaat (appelzuur). CO2 doseren verhoogt dan de opname van CO2. Zodra het licht aan gaat (zon of lamp) begint fase 2: de plant neemt nog steeds CO2 op en licht wordt niet effectief benut. Dus wel CO2 doseren en niet voluit belichten. Fase 2 duurt één tot een aantal uren, waarna de huidmondjes dicht gaan en fase 3 begint. CO2 doseren is dan zinloos, maar er is juist volop licht nodig om het CO2 dat binnenin het blad vrijkomt uit het malaat om te zetten in suikers voor de groei. Als het malaat op is, begint fase 4: de huidmondjes gaan weer open en het CO2 dat wordt opgenomen wordt grotendeels weer als malaat vastgelegd voor de volgende dag. CO2 doseren loont dan weer en voluit belichten heeft gedurende die laatste uren van de dag geen zin.

    Lichtintegratie
    Het meest recente onderzoek, uitgevoerd in de klimaatkamers van Plant Lighting, spitste zich toe op fase 3. Want het was nog onduidelijk hoe CO2 uit malaat vrijkomt en hoe daarop in te spelen met de belichting. Als het CO2 gelijkmatig vrijkomt gedurende fase 3 ongeacht het licht, dan moet er gelijkmatig licht aangeboden worden om geen licht of CO2 te verspillen. Of mogelijk komt malaat eerst snel vrij, daarna langzamer, of andersom. Als de lichtintensiteit het tempo van de malaat-afbraak bepaalt, dan maakt dat lichtintegratie mogelijk binnen fase 3.

    Lichtsom bepalend
    Dit laatste bleek het geval: hoe hoger de lichtintensiteit, des te sneller de malaatafbraak en hoe eerder het malaat op is. Het maakt daarbij niet uit of er eerst veel licht is, daarna minder, of andersom. Belangrijk is dat er een zekere lichtsom gehaald wordt binnen fase 3. Dit biedt mogelijkheden voor besparing door slim gebruik te maken van lichtintegratie. Maar dan wel binnen de grenzen van fase 3, want eenzelfde lichtsom halen door de eerste 10 uren van de dag weinig licht te geven en daarna veel meer bleek veel minder effectief te zijn.

    Bron: Kas als Energiebron

    Foto: Shutterstock

    Reageer op dit artikel

    avatar