Tuin en Landschap Selectie redactie Tien vaste planten voor het openbaar groen

Tien vaste planten voor het openbaar groen

0


Alchemilla mollis
 (Vrouwenmantel) 
Familie: Rosaceae

  • • Blad: een dichte massa waaiervormige bladeren, die zacht behaard zijn, zodat waterdruppels erop blijven liggen.
  • • Bloem: vanaf juni tot augustus luchtige pluimen van kleine groengele bloemetjes.
  • • Hoogte: 30-50 cm
  • • Winter: Het dorre blad blijft aan de plant en bedekt de bodem goed, maar heeft geen sierwaarde. Winterhardheid uitstekend.
  • • Verspreiding: pollen met korte bovengrondse uitlopers en met (veel) zaad.
  • • Licht: zon tot halfschaduw.
  • • Vocht: normaal vochtig, voldoende gedraineerd.
  • • Grondsoort: klei, zand mits voldoende voedselrijk. pH liefst rond neutraal. Matig bestand tegen strooizout.
  • • Gebruik: vakbeplanting voor kleine tot (zeer) grote vakken, randbeplanting langs verharding zonder voegen, kan op taluds (mits vochtig)
  • • Aantal: 7-9, soms tot 12 per m2
  • • Bodembedekking: groeit snel dicht en is stevig, uitstekend onkruidonderdrukkend.
  • • Onderhoud: in februari-maart oud blad verwijderen (maaien of uitharken). Indien uitzaai een probleem is, na de bloei de plant terugknippen. Als er bloembollen tussen staan, kan de plant ook in juni teruggeknipt worden. De plant is langlevend.
  • • Sortiment: Als A. mollis wat te grof is, kan de fijnere A. epipsila worden gebruikt. Die groeit minder snel.

Details: Uitstekende bodembekker die vanwege de neutrale kleur met veel planten combineert. Dicht bij de moederplant zaait hij sterk uit, dus niet toepassen naast bestrating met voegen. Beter als vak van één soort dan in mengsels van bodembedekkers. Kan wel met hogere bolgewassen en accentplanten gecombineerd worden. Niet combineren met andere Rosaceae vanwege aaltjesgevoeligheid. Niet onder bomen zetten waar honingdauw afdruipt, anders kan roetdauw optreden. Konijnen eten geen Alchemilla.



Aster ageratoides & Kalimeris incisa
 
Familie: Asteraceae

  • • Blad: eivormig met tandjes, groen.
  • • Bloem: wit of lichtpaars bloemhoofdje met geel hartje, augustus tot oktober.
  • • Hoogte: 60-120 (cultivarafhankelijk)
  • • Winter: Het gewas wordt bruin maar blijft wel stevig staan. Het witte vruchtpluis geeft enige sierwaarde. Uitstekend winterhard.
  • • Verspreiding: met ondergrondse wortelstokken.
  • • Licht: volle zon, (halfschaduw)
  • • Vocht: normaal vochtig, goed gedraineerd (niet drassig in de winter)
  • • Grondsoort: zand, klei, veen, niet op erg arme grond. strooizoutbestendig.
  • • Gebruik: vakbeplanting, randbeplanting naast bestrating of gras.
  • • Aantal: 5-7 per m2, kleine rassen tot 9 per m2.
  • • Bodembedekking: uitstekend, sluit in één zomer, na vier jaar kan het oppervlak verdubbeld zijn.
  • • Onderhoud: in de winter of het vroege voorjaar de gewasresten verwijderen.
  • • Sortiment: 
    A. a. ‘Asran’: licht lila, 70-120 cm hoog, kan zich snel over grote oppervlakken verspreiden
    A. a. ‘Stardust’: licht lila, 50-70 cm hoog, matig snelle verspreiding
    A. a. ‘Starshine’: wit, 50-65 cm hoog, matig snelle verspreiding 
    Kalimeris incisa ‘Madiva’, ‘Blue Star’ & ‘Alba’ 80-120 cm, bloeien al vanaf juni

Details: Het sortiment Aster is erg groot, en er zijn prachtig gekleurde tuinrassen. Veel daarvan (A. dumosus, A. novi-belgii) zijn echter gevoelig voor meeldauw en niet erg stevig. Ze moeten om de paar jaar gescheurd worden.

Er zijn onder alle soorten wel stevige en gezonde rassen te vinden. Van A. ageratoides zijn vrijwel alle rassen stevig en meeldauwresistent. Ze verspreiden zich snel als ze de ruimte krijgen, maar groeien niet een bestaand grasveld in. Alle Asters zijn gevoelig voor bodemschimmel Verticillium. Kalimeris lijkt op een hoge Aster, maar bloeit eerder.



Geranium
 
(Ooievaarsbek) 
Familie: Geraniaceae

  • • Blad: handvormig, vaak ingesneden rand, vaak zacht behaard.
  • • Bloem: rond met vijf bloemblaadjes, allerlei tinten roze, paars en wit. Meestal bloei in mei-juni, sommige soorten later.
  • • Hoogte: de meeste rassen 25-60 cm.
  • • Winter: veel rassen blijven in zachte winters groen. De hier genoemde soorten zijn uitstekend winterhard.
  • • Verspreiding: wortelstokken, bovengrondse uitlopers die vastwortelen, zaad.
  • • Licht: volle zon, halfschaduw (G. phaeum ook schaduw).
  • • Vocht: normaal vochtig, goed gedraineerd (G. endressii en G. macrorrhizum verdragen droogte redelijk).
  • • Grondsoort: bijna elke grondsoort met lage tot gemiddelde vruchtbaarheid. Strooizouttolerantie onbekend.
  • • Gebruik: vakbeplanting, randbeplanting, mengsels
  • • Aantal: cultivarafhankelijk, maar veel ca 7-9 per m2
  • • Bodembedekking: de meeste rassen groeien uitstekend dicht. Bij een hoge onkruiddruk alleen de wat hogere, dichte rassen gebruiken.
  • • Onderhoud: ze kunnen in het vroege voorjaar worden teruggeknipt, maar dat is alleen nodig als er veel beschadigd blad is. Ze kunnen ook na de bloei licht worden teruggeknipt om een tweede bloei uit te lokken.
  • • Sortiment: (enkele planten die het in de PPO proef goed deden)
    G. x cantabrigiense ‘Cambridge’ roze bloemen vanaf juni, zeer goed dicht zonder te woekeren.
    G. endressii 30-60 cm hoog, bloeit vanaf mei roze, vroeg in het jaar al veel bladmassa, maar valt later iets open. Prima onder rozen of andere open heesters.
    G. macrorrhizum snelle bodembedekker met wortelstokken, verschillende bloemkleuren, rode herfstkleur.
    G. phaeum bloeit vanaf mei met kleine donkerrode bloemen. Matig dichte bodembedekker maar prima voor vakken of mengsels in de schaduw.
    G. sanguineum snelle bodembedekker met bovengrondse uitlopers, felroze bloemen, kan op wat drogere en kalkrijke grond.
    ‘Tiny Monster’ 40-50 cm, bloeit vanaf juni zeer lang door met fel paarsroze bloemen

Details: Geranium kan als bodembedekker in een vak van één soort worden gebruikt, maar is ook zeer geschikt voor mengsels. Het sortiment is erg groot en bevat meer geschikte soorten en rassen dan die hier genoemd worden. Als een bepaalde cultivar op een locatie niet voldoet, betekent dat niet dat het hele geslacht Geranium ongeschikt is. Probeer soorten of rassen met andere eigenschappen uit.



Nepeta 
(Kattenkruid) 
Familie: Lamiaceae

  • • Blad: klein, grijsgroen, behaard en geurig.
  • • Bloem: meestal paars, soms roze of wit, mei-september.
  • • Hoogte: cultivarafhankelijk
  • • Winter: bladverliezend, maar de kale takjes zijn stevig, al geven ze weinig sierwaarde. De planten lopen al vroeg in het jaar weer uit. De hier genoemde soorten zijn uitstekend winterhard.
  • • Verspreiding: groeit als een pol met korte ondergrondse uitlopers; vooral N. grandiflora laat zaad tussen en naast de moederplanten vallen.
  • • Licht: volle zon
  • • Vocht: normaal vochtig tot droog. Mag niet drassig zijn in de winter.
  • • Grondsoort: elke, behalve zware klei. Strooizoutbestendig.
  • • Gebruik: vakbeplanting, randbeplanting, in plantenbakken
  • • Aantal: afhankelijk van de cultivar 7-9 per m2
  • • Bodembedekking: van de hogere rassen goed. Kan de concurrentie met onkruid het beste aan op drogere locaties.
  • • Onderhoud: in het voorjaar licht terugknippen; dat hoeft niet elk jaar. Eventueel een lichte snoei na de bloei voor compactheid en om een tweede bloei uit te lokken.
  • • Sortiment: 
    N. ‘Six Hills Giant’ (blauwpaars, tot 80 cm) en ‘Walker’s Low’ (blauwpaars, tot 95 cm)
    N. grandiflora ‘Wild Cat’ (paars, 90-120 cm) en ‘Dawn to Dusk’ (rozepaars, 70 – 100 cm)
    N. racemosa ‘Grog’ (blauwpaars, 30-50 cm) en ‘Grol’ (blauwpaars, 40-60 cm)

Details: Nepeta maakt stoffen die de groei van onkruidkiemplantjes remmen. Het is een goede drachtplant en insectenlokker. In mengsels concurreert hij de buurplanten niet weg. De rustige blauwpaarse kleur leidt verkeersdeelnemers niet te veel af bij gebruik naast drukke wegen.


Pachysandra terminalis
 
Familie: Buxaceae

  • • Blad: leerachtig groen en glanzend, wintergroen
  • • Bloem: korte, witte, opstaande pluimpjes in maart-mei.
  • • Hoogte: 15-25 cm.
  • • Winter: blijft groen en gesloten in de winter. Uitstekend winterhard.
  • • Verspreiding: Met korte ondergrondse uitlopers, en de scheuten wortelen vast waar ze de grond raken.
  • • Licht: halfschaduw of schaduw
  • • Vocht: permanent vochtige, maar niet drassige grond. Droogt op winderige locaties snel uit.
  • • Grondsoort: humusrijke grond, pH maakt weinig uit. Vooral bosgrond is geschikt. Niet strooizout¬bestendig.
  • • Gebruik: als vakbeplanting in de (half)schaduw, voor middelgrote tot grote vakken, vooral onder bomen en heesters. Ook voor beschaduwde hellingen. In combinaties met hoge bloembollen.
  • • Aantal: circa 9 per m2.
  • • Bodembedekking: in de (half)schaduw goed. Het duurt wel meer dan één zomer voor het vak goed dicht is.
  • • Onderhoud: als de planten dichtgegroeid zijn, hebben ze nauwelijks onderhoud nodig. Ze kunnen worden afgemaaid om ze wat compacter te laten groeien, maar dat is zeker niet elk jaar nodig.
  • • Sortiment: 
    ‘Green Carpet’ groeit iets minder hard dan de soort
    ‘Green Sheen’ heeft sterk glanzend blad 
    Er zijn ook bontbladige rassen.

Details: Een van de bekendste wintergroene bodembedekkers. Kan aangetast worden door bladvlekkenziekte Volutella en wordt gegeten door taxuskever, maar is op geschikte standplaatsen meestal probleemloos.



Persicaria amplexicaulis (Duizendknoop) 
Familie: Polygonaceae

  • • Blad: groot, dun, eivormig blad, dat in de herfst geel verkleurt.
  • • Bloem: een opstaand aartje van ca. 10 cm, rozerood, soms wit, juli-oktober.
  • • Hoogte: 80-120 cm.
  • • Winter: bladverliezend, zakt na de eerste vorst in elkaar.
  • • Verspreiding: verspreidt zich met ondergrondse wortelstokken. Groeit niet zeer snel in de breedte, maar concurreert buurplanten wel weg.
  • • Licht: volle zon, halfschaduw
  • • Vocht: normaal vochtig tot nat. Goed bestand tegen drassige grond in de winter.
  • • Grondsoort: Matig vruchtbaar tot voedselrijk. Waarschijnlijk strooizoutbestendig.
  • • Gebruik: vakbeplanting voor middelgrote tot grote vakken, voor muren, oeverbeplanting, losse randen (tussen heestervak en grasveld) en boomspiegels.
  • • Aantal: 5 per m2.
    Bodembedekking: tijdens het groeiseizoen zeer goed, in de winter niet.
  • • Onderhoud: In de winter de gewasresten weghalen. Af en toe de randen afsteken als de plant te breed wordt.
  • • Sortiment: 
    ‘Speciosa’ (syn ‘Firetail’) 100-120 cm, rozerode bloem
    ’Rosea’ 100-120 cm, roze bloem
    ’Alba’ 100-120 cm, witte bloem
    ‘Lisan’ 70 cm, rozerode bloem 
    Fallopia japonica var. compacta 80-130 cm, een plant met vergelijkbaar blad die losse, brede roze bloem¬pluimen heeft.

Details: Persicaria is een zeer snelle groeier en kan 10 weken na aanplant al dichtgegroeid zijn. Hij komt niet erg vroeg op in het voorjaar, dus hij kan met bloembollen gecombineerd worden. De combinatie van Persicaria met een lage wintergroene bodembedekker (bijv. Duchesnea) bedekt het hele jaar de bodem. Persicaria combineert mooi met hoge grassen. Volgroeide planten waaieren vaak breed uit, zet ze daarom niet vlak naast een pad, maar achter een lagere randplant, of zet er paaltjes met op kniehoogte een draad voor.



Rudbeckia fulgida ‘Goldsturm’ (Zonnehoed) 
Familie: Asteraceae

  • • Blad: vrij groot lancetvormig blad, voelt ruw aan.
  • • Bloem: donkergeel bloemhoofdje tot 12 cm doorsnee met een bol donkerbruin hartje, als een kleine zonnebloem, augustus – oktober.
  • • Hoogte: 50-80 cm
  • • Winter: Sterft bovengronds af, maar de stevige stengels met de opvallende donkere bloemhartjes blijven goed staan en vormen een aantrekkelijk wintersilhouet. Winterhardheid uitstekend.
  • • Verspreiding: maakt met zijn wortelstokken op den duur een dichte zode, maar gaat niet erg snel de breedte in en verdringt buurplanten meestal niet. Zaait een beetje uit naast de moederplanten.
  • • Licht: volle zon, halfschaduw.
  • • Vocht: normaal vochtig, maar overleeft droge zomers goed.
  • • Grondsoort: elke redelijk vruchtbare grondsoort. Strooizoutbestendig.
  • • Gebruik: vakbeplanting voor kleine tot middelgrote vakken, randbeplanting, accentplant, plantenbakken
  • • Aantal: 7-9 per m2
  • • Bodembedekking: Voor een groot deel van voorjaar en zomer is de bladmassa wel dicht, maar slechts 30-40 cm hoog. Voor plekken met een hoge onkruiddruk is deze plant niet geschikt als enige bodembedekker. Op drogere plaatsen concurreert Rudbeckia echter onkruid met een minder groot wortelgestel weg.
  • • Onderhoud: In het vroege voorjaar de oude gewasresten afknippen.
  • • Sortiment: 
    R. fulgida var. deamii is iets hoger, heeft kleinere bloemen en verdraagt droogte goed. Rudbeckia nitida wordt hoger, 1-2 m.

Details: ‘Goldsturm’ wordt al op zeer veel plaatsen in het openbaar groen met succes gebruikt. Er zijn maar weinig planten met zoveel toepassingsmogelijkheden. Het is een sterke gezonde plant die veel kleur geeft in het najaar. Het is een insectenlokker.


Sedum spectabile (en hybriden) (Vetkruid) 
Familie: Crassulaceae

  • • Blad: eirond, vlezig, grijsgroen, glad, herfstkleur geel.
  • • Bloem: een plat scherm van roze (soms witte) bloemetjes, juli-september, na de bloei blijven de rozerode kelkjes lang zichtbaar.
  • • Hoogte: ca 40-60 cm
  • • Winter: De bovengrondse delen sterven af, maar de bloeistengels blijven stevig staan en hebben een mooi wintersilhouet, vooral met rijp of sneeuw erop. Winterhardheid uitstekend.
  • • Verspreiding: Groeit als een pol die maar langzaam breder wordt.
  • • Licht: volle zon of lichte schaduw
  • • Vocht: normaal vochtig tot droog, goed gedraineerd.
  • • Grondsoort: matig voedselrijk, zand, klei met grind, laag humusgehalte. Matig strooizoutbestendig.
  • • Gebruik: vakbeplanting voor kleine tot middelgrote vakjes, randbeplanting, accentplant, plantenbakken, rotstuinen en stapelmuren.
  • • Aantal: 8 per m2
  • • Bodembedekking: Bedekt niet het hele jaar de bodem, maar wel tijdens de bloei. Vooral waardevol omdat hij op droge plaatsen kan groeien.
  • • Onderhoud: In het vroege voorjaar de oude bloeistengels afknippen.
  • • Sortiment: 
    Sedum spectabile ‘Brillant’ 30-40 cm, roze
    Sedum spectabile ‘Stardust’ 25-35 cm, wit (vooral voor plantenbakken)
    Sedum ‘Herbstfreude’ 40-50 cm, rozerood
    Sedum ‘Matrona’ 35-50 cm, roze bloem en purperbruin blad (vooral voor plantenbakken).

Details: Sedum staat bekend om zijn grote aantrekkingskracht op vlinders.



Symphytum
 (Smeerwortel) 
Familie: Boraginaceae

  • • Blad: middelgroot, eivormig, bobbelig en behaard.
  • • Bloem: een hangend buisbloemetje van ca 2 cm lang, meestal wit of blauw, massale bloei april-mei.
  • • Hoogte: 20-40 cm
  • • Winter: Blijft in zachte winters groen, maar het blad beschadigt wel bij vorst.
  • • Verspreiding: Maakt met ondergrondse uitlopers een zeer dichte zode. Zaait iets naast de moederplant.
  • • Licht: halfschaduw, schaduw; volle zon alleen op vochtige grond.
  • • Vocht: normaal vochtig, overleeft droge perioden. Plant blijft wel lager op droge grond. Kan goed tegen drassige grond in de winter. Waarschijnlijk niet strooizoutbestendig.
  • • Grondsoort: liefst humeuze kleigrond, maar de plant is niet veeleisend.
  • • Gebruik: vakbeplanting voor kleine tot middelgrote vakken, randbeplanting, mengsels van schaduwplanten, boomspiegels.
  • • Aantal: 6-7 per m2
  • • Bodembedekking: Uitstekend vanwege de zeer dichte bladmassa. Symphytum wordt niet zo hoog, dus niet toepassen bij hoge onkruiddruk van bijvoorbeeld riet of brandnetels.
  • • Onderhoud: terugknippen in het vroege voorjaar kan, maar is niet altijd nodig. Wanneer het blad door meeldauw wordt aangetast kunnen de planten ook na de bloei worden teruggeknipt.
  • • Sortiment: 
    S. azureum: 30-50 cm hoog, hemelsblauwe bloemen, voor halfschaduw, niet diepe schaduw
    S. grandiflorum 20-30 cm hoog, roomwitte bloemen
    S. grandiflorum ‘Wisley Blue’ 20-40 cm hoog, blauw/witte bloemen

Details: Een van de dichtst groeiende planten om als ondergroei van bomen of heesters te gebruiken. Hij kan in schaduwmengsels gebruikt worden, maar dan concurreert hij lagere planten op den duur weg. Op een goede standplaats is dit een zeer langlevende plant.


Waldsteinia
 (Goudaardbei) 
Familie: Rosaceae

  • • Blad: drie- tot vijflobbig, frisgroen, later donkergroen
  • • Bloem: een klein heldergeel bloemetje met vijf bloemblaadjes (zoals boterbloem). Bloeit meestal vooral aan de randen van de plantenmat in april-mei.
  • • Hoogte: 15-30 cm
  • • Winter: Blijft ‘s winters groen. Uitstekend winterhard.
  • • Verspreiding: Verspreid zich ondergronds met wortelstokken, maar ook de korte bovengrondse uitlopers wortelen weer vast.
  • • Licht: halfschaduw tot schaduw.
  • • Vocht: normaal vochtig en goed gedraineerd. Hangt slap bij droogte, maar herstelt zich daarna wel.
  • • Grondsoort: Waldsteinia is niet sterk grondsoortgebonden, maar heeft bij voorkeur humusrijke en voedselarme grond. Kan op bijna elke zuurgraad. Matig strooizoutbestendig.
  • • Gebruik: Als vakbeplanting voor kleine tot zeer grote vakken, vooral als onderbegroeiing onder bomen of heesters. In boomspiegels, op hellingen en taluds. In mengsels van schaduwplanten, maar Waldsteinia concurreert zwakke buurplanten op den duur weg!
  • • Aantal: 8-11 per m2
  • • Bodembedekking: maakt een zeer dicht tapijt. Vooral op wat drogere plekken kan het enkele seizoenen duren voor de beplanting sluit (vooral bij W. geoides), maar hij blijft daarna jarenlang goed dicht.
  • • Onderhoud: nauwelijks nodig. Bij onkruidbestrijding liever wieden dan schoffelen. Herfstblad van bomen hoeft alleen van de planten afgeblazen te worden als er een erg dikke laag op gevallen is. Op humusarme gronden is het goed om ieder twee jaar organische stof op te brengen, zodat het vochtvasthoudend vermogen van de grond op peil blijft.
  • • Sortiment: 
    W. geoides: 20-30 cm hoog met groot dof blad, groeit langzamer dan W. ternata, daardoor meer geschikt voor kleine vakjes. Bloeit iets meer dan W. ternata. Deze soort is vooral voor halfschaduw geschikt.
    W. ternata 15-20 cm hoog, met iets kleiner matglanzend blad. Vooral geschikt voor middelgrote tot grote vakken. Kan in halfschaduw of schaduw.

Details: Deze plant maakt een prachtig dicht wintergroen tapijt onder bomen. Hij wordt niet hoog, maar in combinatie met bomen of heesters concurreert hij onkruid goed weg. De plant is gevoelig voor de larven van taxuskevers, en wanneer hij te droog staat kan spint voorkomen.

 

Dit artikel verder lezen?

Profiteer van onze aanbieding en ervaar Tuin en Landschap!

Direct registrerenMeer informatie

Uw voordelen

  • Op de hoogte van alle vakinformatie in de groenvoorziening
  • Profiteer van onze aanbiedingen en ervaar Tuin en Landschap
  • Op de hoogte van alle vakinformatie in de groenvoorziening
  • Tweewekelijks ons digitale magazine in je e-mail en/of
  • Ontvang elke twee weken het tijdschrift Tuin en Landschap