Vakblad voor de Bloemisterij Opinie ‘Afrikanen zijn blij als ze een baan hebben bij een goede werkgever’

‘Afrikanen zijn blij als ze een baan hebben bij een goede werkgever’

0

‘I had a farm in Africa’ is een van de meest bekende uitspraken in de filmgeschiedenis. Het wordt gezegd door Meryl Streep in een van mijn favoriete films – niet op de laatste plaats vanwege Robert Redford -, dus toen ik de kans kreeg om naar Afrika te gaan wilde ik voor mezelf zien hoe vrouwen het daar doen. Ik wilde ontdekken of het beeld van de media, die vaak de manier waarop arbeiders en in het bijzonder de vrouwen worden behandeld bekritiseren, juist is.

Door Sally van der Horst

Met een groep Nederlandse geranium Toscane telers bezochten we Florensis, dat onlangs de Plantum CSR aanmoedigingsprijs won, omdat ze grote zorg voor medewerkers toont. Onze eerste indruk was dat de arbeiders, hoofdzakelijk vrouwen, bukken om stek te plukken en daarom vroegen we onmiddellijk of het niet beter zou zijn om ze aan tafels te laten werken. We kregen echter te horen dat Keniaanse vrouwen liever bukken, omdat hun bouw hier meer voor geschikt is. Sterker nog: als ze in de warenhuizen moeten werken waar moederplanten op tafels staan dan klagen ze over rugpijn.

Werknemers werken volgens de Keniaanse wetgeving. Ze hebben een 48-urige werkweek verspreid over zes dagen en worden betaald voor overwerk en stukwerk en hebben recht op drie maanden zwangerschapsverlof. Terug van hun zwangerschap mogen ze dagelijks een uur vrij nemen om de baby’s borstvoeding te geven. Florensis runt een crèche en een kleuterschool waar alle moeders hun kinderen heen kunnen sturen tegen een nominaal bedrag.

De school voorziet in onderwijs en een voedzame maaltijd. We werden verwelkomd door lachende gezichten en ontroerend gezang. Ik werd aangemoedigd om met vrouwelijke leidinggevenden die een opleiding hebben genoten op de universiteit te praten. Ik moest wennen aan al die verschillende gekleurde overalls die de rang van de werknemers aangeven. Blauw is voor de leidinggevenden, bruin voor de werknemers etc. Het is niet bepaald de platte organisatie die we in Nederland gewend zijn.

Florensis heeft ook een kliniek die anticonceptie aanbiedt. Vrouwen krijgen minder kinderen doordat ze als werkneemsters een pensioen kunnen opbouwen. Dat betekent dat ze niet langer grote gezinnen voort hoeven te brengen als voorziening voor hun oude dag. Een ander voordeel voor de vrouwen is dat aids onder controle gehouden kan worden en vrouwen kinderen kunnen baren en borstvoeding kunnen geven zonder de ziekte door te geven. Zij die ervoor uit komen dat ze aids hebben krijgen extra voedsel en land om verse groente te telen. Het meest belangrijk is dat de werknemers woonruimte krijgen toebedeeld waar ze hun gezinnen kunnen huisvesten.

Een bezoek aan Van der Haak/Terrasol, ten noorden van Nairobi, versterkte mijn beeld. Goede werkomstandigheden en toegang tot een bankrekening. M-Pesa, Kenia’s mobiele betalingssysteem geeft miljoenen Kenianen toegang tot een bank.

Toen we naar een Keniaans dorp liepen sprak ik met Pamela die op de farm werkt en net als ik in de 50 is. We spraken over haar verlangens naar een stabiele politieke situatie in Kenia en dat haar kleinkinderen het goed doen op school. Ze stelde me voor aan haar vrienden en buren die heel graag op de foto wilden met de enige vrouw in de groep. (Ja, dat is typisch voor onze sector, ik was de enige vrouw met vijftien mannen). Ik werd zelfs voorgesteld aan de moeder van het dorpshoofd. Een eer!

Ik hoorde recent in een discussie op de radio dat Afrikanen een ‘tevredenheid gen’ hebben. Misschien is dat het wat we missen in Europa. Ik discussieerde niet over enkele gevoelige onderwerpen, maar mijn algemene indruk is dat de Afrikanen gelukkig zijn als ze een baan hebben bij een goede werkgever. Florensis heeft ook een project waarin meerval in afvalwater wordt gekweekt. Elke familie krijgt maandelijks een vis. Het werkt, want het betekent dat er eten op tafel komt en dat is eigenlijk wat de werknemers willen en het meest nodig hebben.

Oh ja, ik heb een vrouw met een boerderij ontmoet. Of om exact te zijn: het was een theeplantage die gestart werd door haar opa die uit Engeland kwam aan het begin van de twintigste eeuw. Dat was toevallig rond de tijd dat Karen Blixen haar memoires geschreven zou hebben. De farm was gedurende de jaren kleiner geworden door vererving en het leek er sterk op dat het koloniale huis en de farm met name worden gebruikt voor ‘thee toerisme’, maar er wordt nog altijd de beste thee geproduceerd, hoofdzakelijk voor het Verenigd Koninkrijk. Ja, ze had zeker nog een farm in Afrika!

Sally van der Horst,

Executive/ Secretary Fleuroselect

Reageer op dit artikel

avatar