Vakblad voor de Bloemisterij Het vak Stek strippen en poten is klus van AutoStix

Stek strippen en poten is klus van AutoStix

0

Fabrikant Visser Horti Systems toonde op de IPM in Essen zijn AutoStix, een machine die automatisch onbewortelde stekken vanaf een strip een voor een in pluggen kan poten. Die stekken zijn op een vermeerderingsbedrijf handmatig in de biologische afbreekbare strips gestoken.

Een capaciteit van 16.000 per uur is volgens Visser Horti Systems een goede indicatie van het werktempo van de machine, die steeds met zes grijpers tegelijk onbewortelde stek oppakt vanuit de buffers. In een buffer is ruimte voor vier strippen met stek. Een strip heeft een vaste lengte en bevat 34 of 51 stekken, het aantal ‘kamers’/modules in deze houder van bioplastic. Stek wordt een voor een, en inclusief een deel van de module, met de grijper van de strip afgebroken, waarna het steken kan plaatsvinden. Het stukje bioplastic aan de voet van de onbewortelde stek gaat dus mee de plug in. Dat is volgens Visser Horti Systems niet bezwaarlijk voor de weggroei. Het bioplastic verteert; na ongeveer 16 weken is de oorspronkelijk vorm al uiteengevallen in kleine stukjes.

Twaalf AutoStix reeds in actief

In Noord-Amerika zijn al 12 AutoStix in bedrijf, onder andere bij Costa Farms, een kwekerij van perkgoed en vaste planten. Met die 12 machines worden volgens Visser Horti Systems jaarlijks zo’n 36 miljoen stekken gestoken. De eerste AutoStix in Europa staat al sinds 2016 bij handelskwekerij P. van der Haak in ’s-Gravenzande. Afgelopen jaar heeft Van de Haak een paar procent van zijn geraniumstekken op de nieuwe manier verwerkt. Dit seizoen wil hij opschalen.

De investering in de AutoStix moet terugkomen via arbeidsbesparing bij het poten. Voor het handmatig steken van 16:000 stek per uur (de capaciteit van de AutoStix) zijn – afhankelijk van werkervaring en type stek – zo’n 8 tot 16 medewerkers nodig. Bovendien steekt de machine uniform op de wijze die ingesteld is. Dat komt de weggroei van de stek ten goede. De strips bieden ook voordelen in de bewaring en logistiek van de stekken. Losse stek in plastic zakken of dozen kan namelijk makkelijk gaan broeien. Een volle strip kan desgewenst ook even bewaard worden in een laagje water, zodat de stek niet uitdroogt. De kwaliteitscontrole van de stekken in een strip is sowieso eenvoudiger dan bij losse stek, zei een medewerker van Visser Horti Systems op de IPM in Essen. Het is mogelijk om een label met gewasinformatie aan een strip te bevestigen. Dat label gaat bij het steken automatisch mee met een van de stekken in de strip.

Rekenen met honderdtallen

De aantallen per strip, 34 of 51, zijn gekozen omdat respectievelijk drie of twee strips dan gelijk is aan 102 stekken. In de praktijk rekenen vermeerderaars vaak met honderdtallen en leveren ze standaard twee stekken (2%) extra aan hun klanten. Telers in Amerika laten soms, bij kleine stek zoals van bacopa, ook wel twee stekken in een module stoppen bij hun leveranciers, o.a Ball, in Midden-Amerika. Ook bij het poten van de stekken is variatie mogelijk. Zo zijn er telers die machinaal drie stekken in een grote plug poten, waarbij iedere stek vanaf een andere strip komt. Zodoende kunnen in die grote plug bijvoorbeeld drie verschillend gekleurde cultivars van een soort gaan bewortelen. (tekst loopt door)

Bekend principe

Het principe achter het steken van onbewortelde stek vanuit een strip is al geruime tijd bekend bij fabrikant Visser Horti Systems. Samen met Dekker Chrysanten heeft zij steekmachines ontwikkeld waarbij de chrysantenstek in strips vanuit de steklocaties in Afrika kwam. Die strips bleven intact; de stekken werden er machinaal uitgehaald en daarna gestoken. De strips gingen vervolgens leeg retour naar de steklocaties en kwam gevuld weer terug bij de vermeerderaar uit Hensbroek. Ruim tien jaar is op deze manier gewerkt. Inmiddels gebruikt Dekker Chrysanten een ander type steekmachine, de ISO Cutting Planter 4000 van de ISO Group.

Reageer op dit artikel

avatar