Jan Siebelink: ‘De kwekerij is een bron van inspiratie die nooit ophoudt’

Kwekerszoon Jan Siebelink schreef een nieuw boek. Het is een geïllustreerde uitgave van bloemen en planten die in zijn oeuvre voorkomen. En er is extra aandacht voor de kwekerij van zijn vader. Het bedrijf vormde onder meer het decor in de bestseller Knielen op een bed violen. Het Vakblad voor de Bloemisterij sprak met de man die eigenlijk tuinder zou worden. „Planten en bloemen horen vanzelfsprekend bij het decor dat ik optrek voor een verhaal.”

Om halfelf op een donderdagochtend is de afspraak in Buitenzorg in Ede. Maar het restaurant is gesloten. Na gerommel aan diverse deurklinken die niet meegeven en teleurgestelde blikken door de ramen vraagt een schoonmaakster wat ik kom doen. Ze haalt eigenaar Lodewijk de Kruijf erbij en die stelt me gerust. Jan Siebelink komt er zo aan. Zeer waarschijnlijk lopend, want hij woont vlakbij. De voormalig profvoetballer van Wageningen en bondscoach van Bangladesh vertelt me dat Siebelink wel vaker buiten openingstijden afspreekt in Buitenzorg. „Hij heeft nog net geen sleutel van het restaurant.”

Als ik even later aan tafel aanschuif bij Jan Siebelink toont hij zich nieuwsgierig. „Het Vakblad voor de Bloemisterij is dat nog steeds hetzelfde blad?”, doelt de auteur op het blad dat in huize Siebelink op de salontafel in de huiskamer lag en vier keer wordt genoemd in de bestseller Knielen op een bed violen.

„Ja, dat is hetzelfde blad verzeker ik hem.” Ik overhandig hem een aantal exemplaren en er volgt herkenning. „Het is niet zo heel veel veranderd”, concludeert hij.  „Ik las het zelf ook. Ik zie de voorkant nog voor me. Zwart wit. Mijn vader bestelde eruit als een cultuur mislukte. In Aalsmeer kocht hij dan jonge gewortelde varentjes. Het Vakblad werd gebruikt.”

Uitgever Francien Schuursma draagt het eerste exemplaar van ‘De bloemen’ over aan Jan Siebelink. Foto Josephine Keuter. (De openingsfoto van dit verhaal is ook van Josephine Keuter).

Knielen

Jan Siebelink werd deze week – op dinsdag 13 februari –  80 jaar. Ter gelegenheid van dat heugelijke feit kwamen bij zijn uitgever De Bezige Bij twee boeken uit. De bloemen van Jan Siebelink is een geïllustreerde uitgave over 109 bloemen en planten die in zijn romans voorkomen. Op de rechterpagina’s tekeningen van bloemen en planten en op de linker pagina’s staan citaten uit zijn boeken. In het boek staan ook 25 herinneringen aan de kwekerij van zijn vader.

Er verschijnt tevens een herdruk van Knielen op een bed violen. Elk deel begint met een houtsnede van vriend en beeldend kunstenaar Klaas Gubbels. Het is de zoveelste herdruk. De 58ste alweer, weet Siebelink. Het was deze roman die hem bij het grote publiek bekend maakte. Siebelink noemt het boek steevast Knielen.

Hoe zat het ook alweer? Knielen op een bed violen is het aangrijpende verhaal over het leven van Hans Sievez, de vader van Siebelink, die zwaar onder invloed stond van een godsdienstige sekte. Lelijke, stinkende mannen, eeuwig in het zwart gekleed smeerden hem religieuze literatuur aan en hielden hem van het werk. De kwekerij Sempervirens en het gezinsleven van de Siebelinks gingen eraan onder door.

Nu is er dus De bloemen van Jan Siebelink. De schrijver noemt het een buitengewoon boek. Een bijzonder bekroning.  „Het boek beslaat mijn hele oeuvre. Bloemen en planten spelen op natuurlijke wijze een rol in mijn boeken. Ik weet nog hoe mijn vader ze opkweekte en hoe ze zijn belangrijkste bron van inkomsten waren.”

De vader van Jan Siebelink aan het werk op zijn kwekerij Sempervirens. Privécollectie Jan Siebelink.

Wegwijzers

‘Planten en bloemen zijn voor mij vertrouwde tekens, bakens. Ze horen vanzelfsprekend bij het decor dat ik optrek voor mijn verhaal. Ik bedenk ze niet. Ze dringen zich niet op. Ze zijn er gewoon. Wegwijzers’, schrijft Siebelink in zijn inleiding van De bloemen.

Bloemen en planten hebben ook een symbolische functie in zijn boeken. „Het is een beetje clichématig maar ze staan tegelijkertijd voor schoonheid en eindigheid. In die zin staan ze symbool voor het menselijk bestaan”, legt Siebelink uit.

Siebelink: „Als alles mooi in bloei stond dan hadden mijn moeder en ik angst dat er geen klanten zouden komen. Ik kan er eigenlijk nu nog steeds wakker van liggen. Mijn vader had dat niet. Die vertrouwde op zijn geloof. Het was ook zijn instelling. Ook na teleurstelling ging hij door. Ik had met hem te doen. Ik zag zijn strijd. Ik denk ook dat hij liever niet met de broeders was mee gegaan en bij zijn gezin was gebleven. Maar wat precies in zijn hoofd omging weet ik niet.”

Rivierzand

„Het was een zeer intensief bedrijf” vertelt de schrijver verder. „Er ging te veel tijd overheen voordat een plant wat opbracht. Mijn vader teelde alles van zaad tot plant.”

Een gedetailleerde beschrijving van de opkweek van de varen Adianthum fragrans volgt. Het drogen van de bladeren, het koken van de grond, het mengen van de grond met rivierzand en het uitzaaien van de sporen in terracotta schaaltjes. De schaaltjes dekte zijn vader af met een glasplaat om de grond vochtig te laten blijven. Als er na een paar dagen uitval was door schimmel dan loste hij wat aniline in water op om verder wegval te voorkomen. Een week later verspeende hij de voorkiemen met een rietje waaraan hij een scherpe punt had gesneden. Siebelink ziet het nog voor zich.

Twee jaar later werden de planten voor 25 cent per stuk verkocht. Klanten waren particulieren, bloemisten en hoveniers. Eigenlijk zat zijn vader tussen twee vuren in. Hij kon niet adverteren anders concurreerde hij te nadrukkelijk met een deel van zijn klanten.

Ja, Jan Siebelink sprak er met zijn vader over om dat anders te doen. Om van stek op te kweken zodat er sneller winst was. Maar toen was het al te laat. ‘Hans Sievez’ werd ziek en het bedrijf ging over de kop.

Jan Siebelink (r) met zijn broertje Hans en hun vader. Privécollectie Jan Siebelink.

Vreemde broeders

Los van de impact van de ‘vreemde broeders’ ontbeerde vader Siebelink een handelsgeest. „Hij was daar iets te ingekeerd voor”, noemt Jan Siebelink het. Hij was toch vooral kweker. Er was er in de buurt ook concurrentie. Siebelink herinnert zich dat het in Velp wemelde van de kwekerijen. Elke aanpalende straat aan de Bergweg kende een kwekerij. De Wilhelminastraat, de Koningstraat, de Schonenbergsingel.  Er was enorm veel concurrentie, maar er waren ook veel planten nodig. Het was een rijke buurt, met grote huizen en tuinen.

„Van alle kwekerijen had mijn vader wel de mooiste”, bezweert Siebelink. Het was een enclave tussen beukenhagen en hulzenhagen. Vijf broeikassen en broeibakken. Met veel perkplanten, vaste planten en rijen met dahlia’s. En ook heel mooie rijen zinnia’s, op kleur.”

Pantoffelplanten

In de kassen stonden tientallen soorten planten. En van alle soorten waren er meerdere cultivars. „Mijn vader teelde van alles wat. Dat komt niet meer voor.” Siebelink licht er desgevraagd een paar culturen uit. Het pantoffelplantje, de calceolaria. „Omdat mijn vader die heel veel kweekte en omdat ik het een bijzondere en mooie plant vind. Je ziet ze niet veel meer.”

Bijzondere herinnering heeft Siebelink ook aan cyclamen. Vooral de rode en witte. „Mijn vader had ook al cyclamen met een gekartelde rand. In januari maakte hij voor mijn vriendin en huidige vrouw waar hij gek op was een boeketje van tien bloemen van cyclamen en bruidsgroen. Er is geen fijner boeketje te bedenken.”

Siebelink noemt de kwekerij een bron van inspiratie, die nooit ophoudt. „Kennelijk heeft de kwekerij veel indruk op mij gemaakt. Ik was ook altijd bij mijn vader, ik zou zijn opvolger worden. Ik was de oudste en er dermate emotioneel bij betrokken dat de kwekerij me nog heel helder voor ogen staat. De kwekerij raakt me en brengt me dicht bij mijn ouders. Ik zie me nog als jongetje rondlopen. Het was voor mij heel bijzonder.”

In het Vakblad van volgende week meer over Jan Siebelink. Wat heeft hij met de hedendaagse tuinbouw? En waarom vindt de schrijver dat hij de kwekerij van zijn vader toch heeft voortgezet?

guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties