Vakblad voor de Bloemisterij Het vak Lisianthus en matricaria groeien prima op water

Lisianthus en matricaria groeien prima op water

0

In het vierjarige project ‘Innovatieve alternatieve teeltsystemen voor grondgebonden snijbloemen’ scoort de waterteelt van lisianthus en matricaria tot nu toe het beste. Het project bij Proeftuin Zwaagdijk borduurt voort op eerder onderzoek naar de drijvende teelt van chrysant. Voor dat gewas zijn nog steeds vraagstukken bij de waterteelt.

 

Centraal in het vierjarige project ’innovatieve alternatieve teeltsystemen voor grondgebonden snijbloemen’ staat de ontwikkeling van een emissiearm teeltsysteem. In eerste instantie wordt gekeken naar de drijvende teelt. Dat heeft er o.a. mee te maken dat in dit systeem weinig of geen substraat nodig is en de planten op het systeem zeer mobiel zijn. Dat laatste biedt veel mogelijkheden voor vergaande automatisering. Naast chrysant worden diverse andere grondgebonden snijbloemen getest.

Lisianthus en matriacaria: goed, maar nog niet perfect

Het eerste proefjaar is vooral op een drijvend teeltsysteem getest. Op kleine schaal is geteeld op prikbakken met  grotendeels stilstaand water. Daar wordt permanent bovendoor gedruppeld en overtollig vocht loopt via gaten uit de bak naar de drainopvang. De drijvende teeltsystemen met stromend water scoorden veruit het beste. Lisianthus en matricaria bleken in twee teeltrondes in staat een cyclus op water te voltooien en produceerden daarbij een veelbelovende kwaliteit eindproduct. Het had nog niet de lengte, dikte en uniformiteit zoals in de praktijk, maar dat komt vooral omdat de teeltomstandigheden in de proefkas niet perfect waren voor ieder testgewas. Zo was bijvoorbeeld de teelttemperatuur te hoog voor matricaria en het belichtingsniveau te laag voor lisianthus.

 

Volgende proeffase

De lisianthus en matricaria maken vanwege de goede resultaten in proefjaar 2019 een goede kans te worden geselecteerd voor de volgende proeffase. Er worden plannen gemaakt om voor deze gewassen aparte proefkassen in te richten.

Delphinium, Alchemilla, duizendschoon, sierkool, leeuwenbek en Ammi vertoonden een goede ontwikkeling op water. Violier en Campanula bleken wel in staat wortels in water te vormen maar de ontwikkeling was in vergelijking met de andere gewassen te wisselvallig om ze op de kandidatenlijst voor de volgende fase te zetten. De ontwikkeling van Trachelium op water viel ronduit tegen. De komende maanden worden naar verwachting ook asters, anjers en zonnebloemen op water getest.

 

Chrysant

Het onderzoek naar de waterteelt van chrysant duurt voort. Knelpunt is al enige tijd de bladvergeling in de 2e-3e week na uitplanten. In de KD-fase trekt dat wel bij, maar de stagnatie is niet bevorderlijk. Het onderzoek bij de watercultuur chrysant richt zich nu op de effecten van stroming bij de beworteling en het effect van pH en ammonium op de kleur en productie. Ook het testen van cultivars krijgt veel de aandacht, want het is al gebleken dat cultivarverschillen groot zijn als het gaat om geschiktheid voor watercultuur. Een student is momenteel bezig met een ontwerp voor watercultuur op een praktijkbedrijf.

 

Naast de overheid steunen de Landelijk Gewascommissie Chrysant, LTO Noord Fondsen, Stimuflori, STOWA (Stichting Onderzoek Waterbeheer), diverse veredelaars, technische en toeleverende bedrijven en telers het project.

Hans Neefjes
Hoofdredacteur Hans Neefjes is sinds december 1999 werkzaam bij het Vakblad voor de Bloemisterij.

Reageer op dit artikel

avatar