Vakblad voor de Bloemisterij ‘Allemaal bloemenhandelaars, die hebben geld, dat zie je’

‘Allemaal bloemenhandelaars, die hebben geld, dat zie je’

0

Als we bij de Kwakelwei komen aanfietsen zien we het hek openstaan. Er staat een auto geparkeerd. Van een neef? ‘Zullen we even kijken?’ vraagt mijn vrouw. Ze kent mij. Na enige aarzeling stappen we af. Zou er iemand zijn?

Het is een prachtige zaterdag. De echte warmte komt zondag pas. En dat merken we als we vlakbij de Wassenaarse Slag onze fietsen van de auto halen. Best fris nog, op weg naar een lunchtent op het strand. Maar daar aangekomen is het heerlijk, in de luwte met de zon op ons hoofd.

Richting Katwijk gaat het daarna. Door de duinen van Berkheide. Of de tijd er stil heeft gestaan. Het ziet er nog net zo uit als toen ik bijna veertig jaar geleden met mijn broer dit rondje maakte op de racefiets. Daar moet je bij ons in Lansingerland eens om komen. Als je daar twintig jaar geleden vertrok zou je er de weg niet meer weten. Bijna alles volgebouwd. Met je biodiversiteit.

Halverwege de duinen zien we hem opeens. Reinaert de vos. Een meter of tien voor ons steekt hij doodgemoedereerd de weg over. ‘Foto!’ roept mijn eega. ‘Maak snel een foto!’ Maar ja, mijn mobiel zit in haar fietstas en tegen de tijd dat ik afdruk wandelt het diertje al parmantig met zijn achterste naar ons gericht de doornstruiken in. Het lijkt hem allemaal worst te wezen. Mensen? Pff. Kippen, daar gaat het om in het leven.

En zo naderen we de camping vlakbij de Soefitempel. Hutje mutje staan ze. Ze treffen het na de Hemelvaartsdag. Als je zo je vakantie plant dan doe je het goed. Op de Boulevard is het gezellig druk. De cappuccino is lekker. Maar we moeten door. Wassenaar is nog ver.

In Rijnsburg nemen we de Kleipettenlaan. Vroeger een polderweggetje. Nu een woonwijk met prachtige huizen. Vooral aan onze rechterhand. ‘Allemaal bloemenhandelaars,’ knipoog ik. ‘Die hebben geld, dat zie je.’ Via Oegstgeest en het Valkenburgse meer komen we weer bij de auto. Heerlijke fietstocht. Alleen jammer dat er op de Kwakelwei niemand was. Daar lag het land van mijn vader. Ik kom er vaak. In mijn dromen.

Kees van Egmond

 

Reageer op dit artikel

avatar