’Als een gebouw staat te verkommeren, overwoekert ook de tuin’

    Wanneer gebouwde Rijksmonumenten in gebruik blijven, heeft de tuin daar meestal ook baat bij. Dat zegt Natascha Lensvelt, specialist Tuinen en Parken bij de RCE.

    „Het belangrijkste is dat monumenten in gebruik blijven. Als een gebouw staat te verkommeren en niemand het onderhoudt, overwoekert ook de tuin. Daar schiet niemand wat mee op.” Lensvelt werkt voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en adviseert gemeenten over voorgenomen ingrepen aan groene Rijksmonumenten. Bij ingrijpende veranderingen zijn gemeenten verplicht zo’n advies te vragen.

    Niet onaantastbaar

    Groenjournalist Jacqueline van Wetten interviewde Lensvelt voor Tuin en Landschap over wat het betekent wanneer groen een rijksmonumentale status heeft. Wat kan er nog wel en wat niet? Wat blijkt? Groene Rijksmonumenten zijn niet onaantastbaar, er kan best wat gebeuren, zolang de ingrepen de structuur en kwaliteit van de historische groenaanleg versterken.

    Wanneer ze in gebruik blijven, floreren Rijksmonumenten beter. Daarom is het soms goed om bepaalde aanpassingen die nodig zijn om een gebouw een nieuwe bestemming te geven, toch toe te staan, is de ervaring van Lensvelt. Ze noemt als voorbeeld het sanatoriumterrein Zonnestraal in Hilversum dat decennialang aan zijn lot werd overgelaten. Het complex uit 1926 doet nu dienst als congrescentrum en bedrijfsverzamellocatie.

    Tuberculosepatiënten

    In 2012 maakte landschapsarchitect Peter de Ruyter een plan voor herstel van het landschap dat door de tijd heen erg was veranderd. Lensvelt: „De open heide waar tuberculosepatiënten in de jaren ’30 konden zonnen, was eind jaren ’90 dichtgegroeid tot een bos. Bezoekers waren gewend geraakt aan dat beeld en waardeerden de natuurwaarden. Het is dan de kunst om een landschapsplan te maken dat iets van de oorspronkelijke bedoeling en functie laat zien, zonder de huidige waarden geweld aan te doen.”

    Historie niet uitwissen

    Landschapsarchitect De Ruyter slaagde daar goed in, vindt ze. Hij bracht het zicht op de heide terug, maar plantte ook nieuw bos aan. Grote vlakken asfalt vormde hij om tot parkeerruimtes met een halfverharding. „Door het plan en de gekozen uitvoering knapte het terrein zichtbaar op.” Het gaat erom dat de ingrepen de structuur en kwaliteit van de historische groenaanleg versterken, benadrukt Lensvelt nog maar eens. Aanpassingen die de historische laag aantasten of uitwissen wil je voorkomen.

    In Tuin en Landschap 2 staat het complete interview met Lensvelt. Daarin geeft ze meer voorbeelden hoe oud en nieuw op een acceptabele manier kunnen samengaan. Onder meer de plaatsing van zestig zonnepanelen op landgoed Oolde in het Gelderse Laren. Je kunt het artikel hier digitaal lezen (met inlog).

    Het sanatoriumterrein Zonnestraal in Hilversum kreeg een herbestemming als congrescentrum en bedrijfsverzamellocatie. Door het plan van landschapsarchitect Peter de Ruyter knapte het terrein dat jarenlang verwaarloosd was, zichtbaar op. Zo vormde hij grote vlakken asfalt om tot parkeerruimte met een halfverharding. (Foto: Hans Peter Föllmi)
    guest
    0 Reacties
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties