Vakblad voor de Bloemisterij Het vak Gewasbescherming in chrysant: lastig en steeds verfijnder

Gewasbescherming in chrysant: lastig en steeds verfijnder

0

Chrysantentelers blijven hun geïntegreerde gewasbescherming finetunen. Biologische bestrijders zijn steeds vaker de basis, vooral tegen trips en spint. Het blijft lastig, maar data wordt steeds belangrijker in de zoektocht naar een optimale strategie.

Wat gebeurt er als je 1.800 tot 3.000 roofmijten per m2 per teelt inzet, inclusief 23.000 voedermijten. Blijven ze in leven, breidt hun populatie uit? En nog belangrijker: wat gebeurt er met de plaaginsecten die zij moeten bestrijden? Aan de hand van spoelingen van takken letten toeleveranciers als Koppert, Biobest en Van Iperen inmiddels nog scherper op de populaties van mijten en plagen in het gewas. Brinkman gelooft meer in blaadjes ongespoeld tellen onder de microscoop. Hoe dan ook: data wordt steeds belangrijker bij de geïntegreerde gewasbescherming in chrysant.

Montdorensis roofmijten

Meestal is de roofmijt Amblyseius montdorensis in de hoofdrol bij chrysantentelers die geïntegreerd bestrijden. Hij vreet twee larvenstadia van trips en lust ook spint. Maar het lijkt er op dat de eetlust en/of activiteit van die roofmijt in de wintermaanden onvoldoende is om een tripsplaag goed onder controle te houden. Of is er meer aan de hand? Ook daarvoor is data verzamelen belangrijk.

Lage infectiedruk

Een lage infectiedruk van trips in het vroege voorjaar is nog steeds zeer belangrijk, blijkt uit de ervaringen die we optekenden bij diverse chrysantenkwekers en hun adviseurs. Lukt het niet om ‘schoon’ de winter uit te komen, dan krijg je trips moeilijk onder de knie. Die conclusie kan je trekken voor  iedere strategie, zo blijkt. En er zijn veel strategieën voor geïntegreerde gewasbescherming in chrysant. Zet de manier van introduceren, de hoeveelheid ingezette roofmijten en voedermijten per teelt, en gebruikte correctiemiddelen maar eens naast elkaar. Gewasbescherming is en blijft maatwerk en kan niet zonder goede correctiemiddelen. Sterker, ga je meer biologische bestrijders gebruiken, dan zijn integreerbare correctiemiddelen onmisbaar.

Ondertussen wordt er op de kwekerijen meer werk gemaakt van de levende have, om de biologische bestrijders zo maar eens te noemen. Bijvoorbeeld met een aparte ruimte om roofmijten na ontvangst koel (15o C) en (vooral) vochtig (liefst 85% RV) te bewaren.

 

Lees meer over geïntegreerde gewasbescherming in chrysant in het Vakblad voor de Bloemisterij van week 30, of (na inloggen) in de digitale editie van het blad.

Reageer op dit artikel

avatar